| |

Werkgroep steenuilen West-Brabant
Geschiedenis.
Het aantal broedparen van de steenuil, de kleinste in ons land voorkomende uil,
is de laatste decennia fors afgenomen. Zo zeer zelfs dat de Steenuil op de
landelijke Rode Lijst van kwetsbare en bedreigde vogelsoorten staat. De
achteruitgang vindt ook plaats in (West) Brabant, voornamelijk door de
veranderingen in de agrarische bedrijfsvoering. Een 10-tal jaren geleden werd
door enkele leden van de West Brabantse Vogelwerkgroep gestart met een
inventarisatie van steenuilen in ons gebied. Onder de mantel van de SWEV
(Stichting Samenwerkingsverband West-Brabantse Vogelwerkgroep) werd in 2000
voorbereidend onderzoek verricht en met 12 verschillende vogelwerkgroepen een
samenwerkingsverband opgezet onder de naam Steenuilen Werkgroep West Brabant.
Door dit samenwerkingsverband werd van 2001 – 2003 een Steenuileninventarisatie
in West Brabant doorgevoerd. Brabants Landschap heeft zich ook het lot van de
Steenuil aangetrokken en coördineert de activiteiten van de
steenuilenbeschermers in de provincie.
Doelstelling(en). Het inventariseren van de Steenuil in onze regio en het
voorkomen van een verdere achteruitgang
Activiteiten en werkwijzen. Door de specifieke eisen die de steenuil aan zijn
leefomgeving stelt, is bescherming erg moeilijk. De activiteiten van de
werkgroep zijn er op gericht zo veel mogelijk van de bekende populaties in stand
te houden. Met tellingen (o.a. door kastonderzoek) wordt een goed inzicht
verkregen in de vogelstand. Rapportages (o.a. aan SOVON en Brabants Landschap)
geschieden direct door de leden. Door het ophangen van nestkasten (plm 50 stuks)
wordt de broedgelegenheid van de Steenuil uitgebreid. Het gebied van de
werkgroep is verdeeld in een noordelijk en zuidelijke regio.
Plan. Continueren van bestaande activiteiten. De knotwilg biedt een
natuurlijke broedgelegenheid bij uitstek. Er wordt aan gedacht om met het
knotten van deze bomen een herstel van de natuurlijke nestgelegenheid te
realiseren.
Contacten met bestuurslichamen/verenigingen. Veel organisaties trekken
zich het lot van de Steenuil aan. De werkgroep onderhoudt contact met SOVON,
STONE (Steenuilenoverleg Nederland), Brabants Landschap, het SMEV en
samenwerkingsverband Steenuilen Werkgroep West Brabant. Intern moet veel worden
samengewerkt met de leden van de werkgroep kerkuilen. Daarnaast is de
betrokkenheid van individuen die een steenuil op hun terrein hebben van groot
belang. Men heeft het over “mijn” steenuil. Deze individuele gevallen eisen veel
tijd van de werkgroep en het bestuur.
Coördinator en leden. Martin van Leest treedt op als coördinator. En kan
bij de uitvoering van activiteiten rekenen op de steun van een 10 tal leden van
de West Brabantse Vogelwerkgroep.
Uitbreidingsmogelijkheden. Er is nog veel werk te doen zodat deze
werkgroep nog een aantal actieve leden kan gebruiken. Zeker als het plan
“knotwilgen” wordt uitgevoerd.
Vergoedingen.
Leden van de werkgroep ontvangen geen vergoeding. Brabants Landschap stelt
middelen ter beschikking, o.a. voor het maken van de nestkasten.
Aanbevelingen.
Het gaat nog steeds niet goed met “ons Hupke’. De activiteiten van de werkgroep
dienen dan ook te worden gecontinueerd en geïntensiveerd. Onderzocht moet worden
of het knotten van wilgen een haalbare zaak is. Mogelijk dat de werkgroep
Kamertjes hierbij een rol kan spelen.
|