|
De Steenuil
is de kleinste uilensoort van Brabant. Hij is niet groter dan 23
cm. Wanneer ie als een bolletje ineengedoken op het dak van een
veldschuur zit lijkt ie net zo groot als een merel. De ogen
hebben een gele iris. Samen met de witte “wenkbrauwen” geeft het
de Steenuil een strenge blik. De kleur van het verenkleed is
grijsbruin met witte druppelvormige vlekken en strepen. De poten
zijn wit bevederd. Aan het uiterlijk kun je geen verschil zien
in seksen. Vrouwtjes zijn wel iets groter en zwaarder dan
mannetjes. Volwassen vogels zijn in de winter zwaarder dan in de
zomer. Dat heeft niet alleen te maken met hun inspanningen
tijdens de broedtijd maar ze sparen in de herfst ook een
vetreserve op voor noodgevallen in de winter. Steenuilen vreten
alles wat ze te pakken kunnen krijgen: Kevers, larven,
nachtvlinders, regenwormen, muizen, kikkers, kleine vogels
enz….. Onverteerde voedseldelen verlaten als kleine
braakballetjes hun lichaam. De circa 13 mm dikke en 37 mm lange
Braakballen zijn vaak glanzend en bezitten vaak glinsterende
schildjes van gegeten kevertjes. Verder is de golvende vlucht,
die enigszins lijkt op die van een Specht, kenmerkend. Meestal
laag over de grond schiet ie eerst weg uit een gebouw of boom om
daarna weer op die plek terug te komen. Ook zijn Steenuilen
zonaanbidders. Op heldere dagen koesteren ze zich in de zon, uit
de wind en vlak bij hun hol. Bij gevaar zijn ze dan zo weer in
dekking. |
|