Het
tellen van het aantal steenuilen is niet eenvoudig. Vaak
willen we alleen achterhalen hoeveel broedparen er aanwezig
zijn. Een manier om te tellen is het luisteren naar de
geluiden die een steenuil maakt.
Contactroep (wiew) Dit geluid wordt zowel door het mannetje
als het vrouwtje gemaakt. Hoewel je dus niet de seksen kunt
onderscheiden is het wel maatgevend voor de aanwezigheid van
Steenuilen.
Territoriumroep (ghuuk) Deze roep of zang wordt door
territoriale mannetjes voortgebracht in de baltstijd. Dit is
ook de roep die bij het inventariseren maatgevend is voor
het vaststellen van een territorium!
Alarmroep 1 (kwiu kju)
Alarmroep 2 (kekkeren) Dit geluid volgt kort op elkaar en
wordt een stuk of vijf keer achter elkaar herhaald.
Alarmroep 3 (kuku)
Opwindingsroep (kekken)
Jong op nest (sjie, swie) Bedelen van de juveniel.