|
Ransuilen
gedragen zich tijdens de broedtijd wat geheimzinniger dan de andere
uilensoorten en ze maken minder opvallende geluiden waardoor hun
aanwezigheid, zelfs voor vele vogelaars, in vele gevallen niet
opvalt. De broedtijd loopt van maart tot juli en de ransuil heeft
één broedsel per jaar. Het nest bevindt zich op verschillende
hoogtes in de bomen tussen de takken of in holtes. Jonge ransuilen
zijn al vroeg zelfstandig en verlaten a snel (na 4 weken) het nest.
Buiten de
broedtijd verzamelen ze zich in kleine tot soms grote groepen op een
gezamenlijke roestplaats die, als er geen verstoring plaatsvindt,
wel tientallen jaren in gebruik kan zijn. In sommige gevallen kan
men op die gemeenschappelijke roestplaatsen enkele tientallen
Ransuilen aantreffen die zich bij naderend gevaar dicht tegen de
stam van de boom drukken, zich heel dun maken en met hun kop haast
180° kunnen draaien om het gevaar te volgen. Nauwelijks zichtbaar
kunnen ze dan vliegensvlug de kop een hele slag terugdraaien om het
onraad verder te kunnen volgen. Zo'n plek kan soms worden ontdekt
door het vinden van een grote hoeveelheid braakballen onder de
roestboom, die zich tot midden in de bewoonde wereld kan bevinden.
Ofschoon de
Ransuil een bij de wet beschermde vogelsoort is, vallen er jaarlijks
tal van slachtoffers doordat jagers de gewoonte hebben om door
nesten van Zwarte Kraaien en Eksters te schieten. Naderhand blijkt
dan dat er een Ransuil in zat te broeden! |