Steenuilen
maken ook gebruik van speciale nestkasten. Deze zijn te koop bij
onder meer Vogelbescherming. Ze zijn ook goed zelf te maken.
Daarvoor staan op de website van STONE aanwijzingen en er zijn
handleidingen te bestellen. Het zijn vaak lange, fikse kasten,
bijvoorbeeld zeventig bij twintig bij twintig centimeter. De
ingang bestaat uit twee schotten op tien centimeter afstand
achter elkaar, met ronde openingen erin van hooguit zeven
centimeter doorsnee, die ten opzichte van elkaar verspringen. Zo
ontstaat een soort sluis waarachter het donker blijft. De kasten
zijn dan bovendien minder aantrekkelijk voor eventuele
nestkrakers als kauwen. Omdat steenuilen zelf geen nestmateriaal
aanleveren, is wat vochtabsorberend strooisel achterin de
'nestkamer' aan te bevelen. Dit kan elk najaar worden ververst.
Plaats de
kast in een boom of aan/in een gebouw schuur of stal. Zorg zo
mogelijk voor een ‘uitloop’ onder de nestkast (plateautje,
'uitloop' onder de nestkast (plateautje, bevestiging op dikke
tak); bij het verlaten van hun nest vallen de jonge uilen dan
niet meteen naar beneden. Het is aan te bevelen, de kast te
plaatsen met advies van STONE. De specialisten weten uit
ervaring welke plekken het meest kansrijk zijn.
De vlieg
opening moet voor de uilen goed bereikbaar zijn. Obstakels als
dichtbladerdek of gesloten staldeuren worden door de uilen niet
gewaardeerd. Let er op dat de kast niet in de volle zon hangt,
ook niet tijdelijk. Te hoge temperaturen kunnen funest zijn voor
eieren en jongen. De hoogte waarop de nestkast hangt is niet zo
belangrijk maar probeer tussen de twee en zes meter te blijven.
Werkgroepen
zijn door het jaar druk bezig nieuwe nestkasten te (ver)-hangen,
te controleren en als dat nodig is schoon te maken. Bedenk dat
in de kast altijd een uiltje kan zitten en dat het zo min
mogelijk verstoord wordt. Hou het uitvlieggat goed in de gaten
en benader de nestkast wat luidruchtig zodat het uiltje op tijd
weg kan vliegen. Heb je niets zien wegvliegen maak dan alsnog
behoedzaam de kast open.