|
De ransuil maakt
een verrassend zacht geluid. Het zijn vaak zeer klagende en
zuchtende geluiden zoals hoe-oek of een fluitend ie-wie-o. Het
baltsgeluid van het mannetje wordt gekenmerkt door een reeks hol
geblazen hoeh-klanken. De lage frequenties van deze geluiden dragen
ver maar zijn vaak moeilijk te lokaliseren. Als soortspecifiek
geluid kan vermeld worden dat zowel het mannetje als het vrouwtje de
vleugels tegen elkaar kan klappen om oa. het territorium af te
bakenen. Bij het in kaart brengen van territoria is het mogelijk op
windstille, heldere nachten het vleugelklappen na te doen, waarop
vrouwtjes en mannetjes meestal snel reageren. Ransuilen maken ook
keffende en blazende geluiden of knappende geluiden met hun snavel.
Vooral de jongen ransuil is vaak zeer luidruchtig. Het bedelen van
een nestjong, van mei tot augustus) kun je herkennen als je een
szi-ijl piep hoort.
Jong op nest
Geluid van een
ransuil
|
|