|
Ransuilen houden
zich graag op in naaldbossen met hier en daar wat open terrein,
houtwallen en loofhoutbosschages. Ook hebben ze een voorkeur voor
coniferen. Je zult de ransuil zelden tegenkomen in zeer grote open
agrarische landschappen, zoals Flevoland, Friesland of rivier
gebieden. Het gaat erom dat de leefgebieden voldoende dekking bieden
om te roesten en te broeden.
In de herfst
beginnen de ransuilen zich op traditionele roestplaatsen bij elkaar
in boomgroepen in parken, op begraafplaatsen -dicht bij huizen- te
verzamelen. Hier zitten ze dan meestal in dekking biedende
naaldbomen maar ook in kale loofbomen. Ransuilen zijn over het
algemeen niet schuw.
De ransuil
jaagt overwegend in open terrein, open plekken in het bos,
kaalslagen en wegbermen. |